|
Terug |
De zee
Fluisteringen, zacht en slepend,
donkere schaduwen, witgevlekt,
sprankelende zonnevonken,
sterren rennend over een spiegelend,
wiegelend wateroppervlak,
een rimpeling vleiend, deinend,
zich strekkend
naar de volle maan.
Zachte stemmen kabbelen, sabbelen
terwijl kleine golven rollen
op eindeloze, goud-gele stranden,
slepende steentjes
zingen hun lied
in de marmeren hallen
van verlaten schelpen. |